De bio-industrie
In Nederland worden elk jaar ruim een half miljard dieren ‘geproduceerd.’
Meer dan 97% daarvan zit in de bio-industrie. De bio-industrie probeert zoveel
mogelijk vlees, melk en eieren te produceren. In zo weinig mogelijk tijd. Op
een zo klein mogelijk oppervlakte. Tegen zo laag mogelijke kosten. De dieren
betalen daarvoor de prijs. Zij hebben een abominabel leven in krappe hokken
of overvolle stallen. Een leven vol stress en verveling.
Bovendien leidt deze gigantische productie tot milieuproblemen. Het mestoverschot
is een bekend voorbeeld. Gevolg: vervuiling van water en lucht. Kwetsbare plant-
en diersoorten verdwijnen daardoor. Maar niet alleen hier, ook in ontwikkelingslanden
veroorzaakt de vleesindustrie grote schade. Al die dieren eten namelijk ontzettend
veel voer. En dat voer wordt voor een groot deel verbouwd in landen als Brazilië,
Thailand en Maleisië. Om het veevoer te kunnen verbouwen, worden daarom
daar enorme stukken tropisch regenwoud gekapt of afgebrand.
Daarbij wijst steeds meer onderzoek uit dat veel vlees helemaal niet gezond
is. Een voeding met weinig of geen vlees vermindert de kans op het krijgen van
hart- en vaatziekten. De sterfte aan hartziekten zoals een hartinfarct is zelfs
24% lager onder vegetariërs.
Varkens
Kippen
Koeien
Andere dieren
Teken ook het burgerinitiatief tegen de bio-industrie op www.stopfoutvlees.nl